website security


Schildering in treinstation Torgau, waar de Russische en Amerikaanse troepen elkaar in 1945 ontmoeten en waar vandaan Carel Willem naar huis vertrekt

 
Op deze pagina staat aanvullende informatie over het krijgsgevangenschap van Carel Willem de Groot, echtgenote van Dirkje Blom. Zijn zonen Bob en Peter zijn in 2016 naar de plaatsen geweest waar hun vader gevangen gezeten heeft. Zijn complete geschiedenis over die periode is via deze link te vinden. Bij ons bezoek hebben we nieuwe informatie gevonden  Er is in Mühlberg ook een museum geopend met een permanente tentoonstelling over het kamp aldaar.
Het terrein was lang niet toegankelijk gedurende  de DDR-periode. Tot 1990, na de val van de muur in 1989 was het verboden gebied, bewaakt door Russische soldaten. Na de bevrijding van de krijgsgevangen is het kamp door de Russen in gebruik genomen van 1945 – 1948. Toen het nog een Duits krijgsgevangenkamp was zijn in de periode 1039-1945 3000 mensen gestorven, waarvan 2300 Russische soldaten die na hun dood als vee in massagraven gegooid werden. Toen het een Russisch kamp werd werden er door de Duitsers in de oorlog krijgsgevangen gemaakte  Russische soldaten (zij werden door de Russen als landverraders gezien) geïnterneerd, evenals Duitse Nazi- aanhangers  en z.g. staatsvijandige Duitsers uit Oost-Duitsland. Allen zonder vorm van proces. Zonder dat hun families iets over hun gevangenschap te weten kwamen. In deze periode van 1945-1948 vonden  6766 de dood van de 21800 gevangen in deze periode.

gevangenen in de Russische tijd (klik op de foto om beeld te vergroten)

Tot de val van de muur in 1989 mocht in de DDR niet over het kamp gesproken worden. Carel Willem heeft jaren na de oorlog geprobeerd om samen met z’n vrouw naar het kamp te reizen. Emotioneel redde hij dat niet en werd met een ziekenauto van vlak bij de grens tussen West- en Oost-Duitsland naar huis gebracht. Maar ook al had hij het emotioneel wel gered: hij had het kampterrein niet mogen betreden.

Maar voordat we verder gaan……

Maar voordat we beginnen met het verslag van onze reis: recent hebben we van onze broer Carel (vernoemd naar z’n vader) een aantal documenten gekregen die we hier nu eerst publiceren, omdat ze voor een deel eigenlijk horen bij het eerste deel over de geschiedenis van onze vader in het krijgsgevangenkamp:

Telegram van Gerard, de broer van Carel, over zijn vertrek naar Indië waar hij als assistent accountant zou gaan werken. Het is het laatste levensteken dat onze vader van zijn broer kreeg. Gerard zou in 1943 sterven in een Jappenkamp waar hij aan de Birmaspoorweg moest werken. Zijn vrouw, To Peppink en hun zoon Wouter-Gerard verbleven eveneens in een Jappenkamp en zouden pas aan het eind van de oorlog vernemen dat Gerard toen al 3 jaar eerder gestorven was.
Dit is een telegram van Carel aan zijn gezin, dat al in Amsterdam woonde. Hijzelf was tot de demobilisatie van soldaten door de Duitsers gestationeerd als onderofficier in Alkmaar.

Carel’s echtgenote, Dirkje, kreeg een kostwinnersvergoeding vanwege het verblijf van Carel op z’n mobilisatieadres in Alkmaar

Carel bleek een aankondiging ontvangen te hebben van de verschijning van het boek “Prikkeldraad”

 

Dat Carel grote moeite had met het feit dat hij gehoor gegeven had aan het bevel van de Duitsers in 1943 om zich als gedemobiliseerde soldaat te melden, net als alle andere gedemobiliseerde dienstplichtigen onder de rang van officier, blijkt niet alleen uit z’n zwijgen naar ons  als kinderen, maar ook uit het feit dat hij de tekst  in Prikkeldraad expres aangestreept heeft waar het gaat over dit onderwerp. In Prikkeldraad wordt uitgebreid in gegaan op het dilemma om zicht te melden of onder te duiken.  We hebben daarover al uitgebreid geschreven in het eerste deel over zijn oorlogsjaren. Vanuit de illegaliteit was er immers een oproep om je niet te melden en dan toch gaan? Wie zich wel meldde vond men een lafaard. Voor Carel en veel van zij lotgenoten een hels dilemma. Als kinderen past het ons niet om een oordeel uit te spreken over het feit dat hij zich toch gemeld heeft. We hebben daar wel begrip voor. In de pagina aanvullende documenten bij deze website hebben we een artikel opgenomen over de stakingen die er geweest zijn na het bevel van de Duitsers aan gedemobiliseerde soldaten om zich te melden.

De krijgsgevangen konden in het kamp een aantal werkzaamheden uitvoeren. Er waren reparatiewerkplaatsen.Ook dingen voor zichzelf maken Krijgsgevangen met de rang van soldaat werden gedwongen om buiten het kamp voor de Duitsers te werken. Veel Duitse mannen zaten immers in het leger. Dat werk kon zij bij een boer, maar ook in bijv. munitiewerkplaatsen. Carel was onderofficier en kon dus niet verplicht worden om voor de Duitsers te werken, maar die probeerden ook onderofficieren vaak zo ver te krijgen om voor de Duitsers te werken. Onder dreiging dat ze anders naar een kamp in Polen getransporteerd zouden worden. Maar het doosje hiernaast is dus waarschijnlijk een product van onze vader, of hij heeft het misschien gekregen . Dat laatste is waarschijnlijk het geval, want er staat op :’ 6 mei 1944′ . De dag van z’n verjaardag

En dit is ook heel bijzonder:

 Een menukaart gemaakt door kampgenoten, die we verder niet kennen. Het menu kan natuurlijk niet kloppen, want het is van z’n verjaardag in 1944 en het zou nog bijna een jaar duren voordat ze door de Russen bevrijd zouden worden en toen zouden ze het kamp pas verlaten op 20 mei 1945. En z’n maag zou dit menu waarschijnlijk ook niet hebben kunnen verdragen vanwege het  slechte eten dat ze kregen in het kamp.

Verslag van onze reis

We zijn eerst naar het doorgangskamp Altengrabow gereisd. Het kamp waarin onze vader vanuit Amersfoort aankwam. Daarna zijn we naar het kamp in Mühlberg gegaan, waar hij uiteindelijk gebleven is en vervolgens naar he treinstation in Torgau waar ze als bevrijde gevangenen uitgewisseld werden door de Russen aan de Amerikanen en daarna weer naar huis. Dus bijna dezelfde route als hij gemaakt heeft, m.u.v. de terugreis. Hij heeft zelf zijn terugreis op papiertjes bijgehouden en zijn verslag van zijn reizen  staan op de eerste pagina van het verhaal over zijn krijgsgevangenschap en zijn verblijf in de kampen. Hier vermelden we alleen aanvullende informatie die wij gevonden hebben anno 2016
Dus op naar Altengrabow

Altengrabow


 

 

 

 

 

 

 

 

 

PAGINA IN ONTWIKKELING

 

x

Sluit Menu