website security

THEO BLOM: MONUMENTAAL KUNSTENAAR

Theo Blom geb. 17 juli 1935 te Amsterdam, beroep: kunstschilder, docent Rietveld Academie.
Hij trouwde (1) Therese van Eldert, getrouwd 1959 te Amsterdam, geb. 7 apr 1937 te Amsterdam.
Gehuwd met (2) Irma Schatz , geb. 15 nov. 1949, dochter van Leo Schatz en Sarah Kopuit. Gehuwd op 16 dec. 1977. Overleden op 9 nov. 1984.
Partner (3, niet samenwonend ) Dionysia Hagen, van beroep kunstschilderes en gepensioneerd lerares techniek op een middelbare school.
Theo anno nu bij pensionering Dionyse
1935
in z’n atelier

 

Wijlen Jan Blom had een archief aangelegd over het kunstenaarsbestaan van Theo. Dit schreef Jan over zijn broer Theodorus:

 

Theo op zijn huwelijk met Therese

broer Piet en echtgenoot Lies op het huwelijk van Theo
Theo’s broer Dick (links) enJan

Foto’s gemaakt op tijdens het huwelijk van Theo met Therese

Theo’s huwelijk in 1977 met Irma Schatz was helaas van korte duur door haar vroegtijdig overlijden in november 1984. Na haar sterven stuurden Theo en de naaste familieleden van Irma deze tekening, die zij gemaakt had, rond als bedankbrief aan hun vrienden

Over de invloed die het overlijden van Irma had op het kunstenaarschap van Theo deze tekst bij een tentoonstelling van hem in 1997. Het overlijdensjaar van Irma staat in onderstaande folder verkeerd vermeld

Dat Theo in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw één van de grote talenten als kunstschilder was blijkt wel uit deze krantenartikelen:

   

1964:

Zeven van de acht schilders die de muren van museum Fodor hebben beschilderd V.l.n.r. Wim Strijbos, Pierre van Soest, Aart Roos, Hans Nahuijs (op stoel), Theo Blom (in cirkel), Rudi Bierman (met Bril) en Jan Sierhuis.
Op de opening van hun kunstwerk op 9 okt. 1964 werd de door het Holland Festival geweigerde compositie “Labyrinth”van Peter Schat uitgevoerd.
 

<

Virtuoos en vrolijk. zo werden de gouaches en tekeningen van Theo in galerie Swart genoemd.
Met titels als: “Goeie morgen”, “Haast-je-ren-je”, “Opa & Oempa”, “Waar blijft Sint Joris?”

1965

tekening van Theo van Amsterdam met op de achtergrond de koepelkerk

 

Dit zijn twee kunstwerken uit z’n begin periode. De tekening hierboven is waarschijnlijk uit 1954 en is een fantasietekening van Amsterdam. De aquarel hiernaast is een fantasie van Istanboel (1954), waar Theo overigens nooit geweest is. De Bosporus en de Haghia Sofia moskee op de achtergrond

In het Amsterdam Grafisch Atelier had Theo ook een tijd z’n werkruimte

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wanneer hij deze boekomslag gemaakt heeft weet hij niet meer

 

Een project dat hij samen met Jan Wolkers deed. Jaartal onbekend

Datum onbekend

 

Theo was bevriend met de schrijver Maarten Biesheuvel. Voor hem deed hij ook illustratiewerk zoals hier links en rechts te zien is.
Ze hielden allebei van storm. Dus toen het weer eens zo ver was namen ze de boot naar Engeland. In Harwich aangekomen moesten ze de tijd doden tot de terugreis. Ze gingen aan de wandel buiten Harwich en verdwaalden. Ze kwamen een boer tegen en raakte met hem aan de praat. Wat ze zoal als beroep deden vroeg de boer. Nadat Maarten en Theo dat verteld hadden, zei de boer: “If you want a descent job, paint my horses”.

Datum en plaats onbekend

Idem

<
Houtplein expositie Noord Holland 1997 (640×490)

TH Twente 1996
>

 

 

Dionysia, de huidige partner van Theo, woont op een woonboot aan de Keizersgracht in Amsterdam. Samen varen ze met een bijzondere zeilboot veel op het Wad. Beide boten liggen hier rechts op de foto. Hieronder de tjalk, een Hagenaar, van Dionysia voor onderhoud op de werf Kattenburg of Rapenburg (?) in Amsterdam

Een Hagenaar is een niet op steven gebouwde hevelaak en zou een zusje kunnen zijn van de Hasselteraak, hoewel de achtersteven meer achterover helt. Met “niet op steven gebouwd” wordt bedoeld dat de planken en later ijzer- of staalplaten van de scheepshuid bijeengehouden worden zonder gebruik van een stevenbalk. De woning bevond zich onder het verhoogde achterdek (paviljoen), waardoor de schepen in geladen toestand een kruiphoogte van max. 2.40 hadden en daarmee de Wagenbrug in Den Haag konden passeren, die pas vanaf 1922 (meestal ‘s nachts) een stukje kon worden opgevijzeld. 

De zeilboot van Theo en Dionysia waarmee ze veel gevaren hebben, totdat het vanwege Theo’s gezondheid niet meer ging

 

Op de terugweg moest via een afsluiter in het vlak ballastwater worden ingenomen. Het waren ook smalle schepen, want de Wagenbrug was slechts 4.20 meter breed (naar verluidt 4.175 meter) en het vaarwater had terplekke ook nog een lastige bocht. Hagenaars waren dus maatschepen. Maar het waren tevens rivierschepen en snelle zeilers. Ze werden vooral gebruikt om bakstenen vanuit de steenfabrieken naar de Hofstad te brengen en werden gebouwd op de vele werven aan de grote rivieren, maar de mooiste kwamen uit Doodewaard en Westervoort. Andere schepen die de Wagenbrug konden nemen werden geen Hagenaar, maar “Wagenbrugger” genoemd.
Volgens Jaap Gestman Geradts [van het magazine Schuttevaer] zou de benaming Hagenaar of Haagvaarder al veel eerder gebruikt zijn voor elk schip dat in Delft vanuit de vestinggracht de laagste brug bij de Haagpoort kon nemen en daardoor naar Den Haag kon varen. Ook schijnt de naam te zijn gebruikt voor een bepaald type aak dat alle stadssingels van Den Haag kon bevaren. Deze maatschepen namen in Delft vracht over van grotere rivierschepen. Dat was het zogenaamde “overvletten”, dat veel tijd en geld kostte door schade en verlies (ook diefstal) van goederen tijdens het overladen.

De lastige bocht bij de Wagenbrug. Ondanks de lage doorvaarthoogte had de brug een behoorlijke helling welke een opstakel was voor de paardentram. Bij glad weer kreeg het paard de tram niet tegen de helling op. Een goede wagenvoerder had zijn paard vooraf op scherp gezet, maar niet zelden ging het ongelukkige dier toch onderuit met soms fataal gevolg. Een gebroken been betekende onherroepelijk exit paardenslager. Als strooizand niet hielp, moest een tweede paard worden ingespannen. Voor dat doel stond bij nat weer (regen, sneeuw of ijzel) vaak een jongen met extra paard klaar.

 

Kinderen van Theo

Theo heeft twee zonen, beiden van zijn eerste echtgenote Therèse.

   

Marc Blom , geb. 28 aug 1959 te Amsterdam

Hij is getrouwd met Jeanette Kuppens en zij hebben 3 kinderen:
Rene
Chris
Floor

Matthijs Blom , geb. 19 mei 1962 te Amsterdam

Hij is getrouwd met Hincke Elgersma op 16 juni 2000 te Amsterdam, geboren 28 febr. 1966 te Schaard (Fr.)9 mei 1962 te Amsterdam

Matthijs is architect maar doet tevens veel uitvoerende bouwwerkzaamheden van zijn ontwerpen.

Hincke had lange tijd een winkel waarin ze tassen maakte (zie artikel) en tegenwoordig heeft zij een massagepraktijk aan huis 

 

Om gezondheidsredenen konden Theo en Dionysia de laatste reunie van de Blommenfamilie in Rotterdam in 2019 niet bijwonen. Maar de familie had ze nog niet vergeten!

 

 

xxx

Sluit Menu